Terug

UIT: Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift Ons Erfdeel, 49ste jaargang, nummer 3, juni 2006: Hardcore van de ziel Op gezette tijden ligt de Nederlandse literatuur onder vuur vanwege zijn burgerlijkheid. Maar zoals zo vaak het geval is, komen de beste critici van binnenuit. Zo is Nederland gezegend met een auteur als Pieter Waterdrinker, die door de week correspondent is in Moskou (...) maar intussen één van de meest weerbarstige oeuvres uit ons taalgebied produceert. In zijn tweede en derde roman bedient hij zich van zijn statuut van expat om de bekrompen menselijke corpsgeest op de korrel te nemen. Ze spelen zich af in het Rusland van na de perstroika, een smeltkroes van corruptie en dacadentie waarin het zwemmen of verzuipen is. We zijn ver verwijderd van de verfijnde diplomatenromans van F. Springer-Waterdrinkers stijl mag dan al klassiek-realistisch zijn, hij becommentarieert zonder een blad voor de mond te nemen de huidige menselijke conditie. Belangrijke prijzen zijn tot nog toe aan Waterdrinker voorbij gegaan, maar met zijn vierde roman - Duitse bruiloft - zouden zijn kansen weleens kunnen keren. Het boek is minder persoonlijk, maar opvallend rauwer dan zijn Russische romans, waarin hij nochtans twee radeloze landgenoten met sloten wodka op de been hield. In Liebmans ring (2001), dat het delirium ademt in al zijn vezels, was dat een depressieve weduwnaar op non-actief, in het wat gladdere Een Hollandse romance (2003) een door vrouw en kind in de steek gelaten eclameyup. Hoeren en nachtclubs dienen als decor voor de hel waar ze doorheen moeten, terwijl korte, episodische hoofdstukken als een feuilleton aan ons voorbijtrekken. Behoorlijk aangrijpend allemaal, maar niets bereidt ons voor op het theater dat uitbarst in Duitse bruiloft, waarin Waterdrinker zijn roots weer opzoekt. Het had er veel van weg dat de slavist Waterdrinker Nederland net ontvlucht was. Zijn debuut, Danslessen (1998), had van de burgemeester van Zandvoort een proces aangesmeerd gekregen, omdat een van de personages een antisemitische uitlating in de mond was gelegd. Venijn omdat Waterdrinker de badplaats waar hij als zoon van een hotelier opgroeide niet als een plaatje had voorgesteld? Het boek toont in ieder geval de andere kant van de schrijver, die met één been in de Hollandse middenstandstraditie staat. Hotels hebben voor hem geen geheimen, het zijn doorgangshuizen waarin de vaste en tijdelijke bewoners soms onzacht met elkaar in aanraking komen. Maar sinds dat proces, waarin hij trouwens vrijgesproken werd, staat achterin zijn boeken wel de bodschap dat alles wat hij schrijft verzonnen is en berust op louter toeval. Voorzichtigheidshalve situeert Waterdrinker Duitse bruiloft ook nog in het Zandvoort van de jaren vijftig, toen er nog volop afkeer bestond voor al wat Duits was. Stel je de verontwaardiging voor van de goegemente als de oudste zoon van Hotel Nieuw Lux naar huis komt met de mededeling dat hij gaat trouwen met en Duits meisje. Niet dat zijn ouders, Jacob en Maria Bagman, daar wakker van liggen. Ze maken zich op voor een groots feest en bereiden hun toekomstige schoonfamilie een warm, zij het onhandig welkom. Dat zijn ze aan de Duitsers verplicht: Hans Matti Bender is eigenaar van een worstimperium, een hele eer voor een toeristenhotel. Toch is de man niet veel meer dan een aanhangsel van zijn vrouw Kati, een feeks met walkuriaanse proporties die haar verwende dochter Liza eigenlijk niet kwijt wil aan die idiote Hollanders. Stof genoeg voor een comédie humaine zonder weerga, waarin platte drift de hoofdrol speelt. Net als in zijn Russische romans overstijgt Waterdrinker alle rang en stand om het portret zo herkenbaar mogelijk te houden. In Liebmans ring en Een Hollandse romance kon je sympathie opvatten voor de aan lager wal geraakte expats. In het idyllische Danslessen kwam je zowaar terecht in het - slechts door een stel aardige zwendelaars bedorven - paradijs der kindertijd. Maar het hotel in Duitse bruiloft herbergt een nachtmerrie aan karakters. De Duitse moeder spant de kroon, al doet haar wulpse tienerdochter niet veel voor haar onder, maar ook de bruidegom en zijn familie zijn in hun profiteursmentaliteit ronduit ordinair.Toch hebben ook deze mensen behoefte aan warmte en contact. Maar Waterdrinker is zeer nuchter als het op liefde aankomt. "De menselijke comedie die iedere dag weer werd opgevoerd om elkaar in bed te krijgen, was dat niet een regelrechte ontsporing van de biologie?" De bruiloft gaat uiteindelijk niet door; de Duitsers blazen de aftocht, het geslacht Bagman begint ontredderd aan de rest van hun leven. De emotionele ravage in Duitse bruiloft is aanzienlijk, maar Waterdrinker is de perfecte regisseur. Dit is een tragikomischje roman van de bovenste plank, soms platvloers, altijd hoogst intelligent. Het aanpassingsvermogen van de schrijver maakt er een virtuoos spektakel van - de flaptekst gewaagt zeer tercht van een opera - dat de vergelijking kan doorstaan met de historische romans van Thomas Roosenboom. Of de actie zich nu in het heden afspeelt of in de jaren vijftig, altijd domineert de strijd van het individu om een stuk van de koek, op en manier die alleen de werkelijkheid kan overtreffen. Duitse bruiloft is geen sleutelroman meer zoals Een Hollandse romance, waarin Waterdrinker nog schermde met schuilnamen om het Nederland van na Pim Fortuyn niet te bruuskeren. Het spel met de fictie doet hem vrijmoedig uithalen: noem het hardcore van de ziel, maar zo kan hij wel de ware aard van de mens onthullen. Toegegeven, de Benders en de Bagmans zijn geen diep emotioneel intelligente figuren, maar op het einde van de rit bezitten ook simpele mensen als zij een aanzienlijke dosis intuítie en ervaring. Om Kati Bender even te citeren, die in haar oude dag terugkijkt op haar leven met dev gevleugelde woorden: "Es ist ja alles Quatsch!" Waterdrinker roept haar uitspraak meteen uit tot motto van zijn roman. Allemaal onzin: Pieter Waterdrinker is zich maar al te bewust van de zwaar geínflateerde waarde van een mensenleven. Iedereen probeert zich een weg te krabben naar een respectabel bestaan, maar velen stranden in het gedrang. Daarom is Duitse bruiloft zo cynisch: als journalist heeft Waterdrinker ongetwijfeld genoeg gezien om te beseffen dat je de ellende alleen kunt bestrijden met een karikatuur. In zijn tweede Russische roman loopt er trouwens een voortreffelijk gelijkend zelfportret van hem rond. Het is geen schande om correspondent te zijn van een sensatiekrant, beweert deze, want dat blad wordt juist gelezen door de grote massa waar een samenleving op gestoeld is en zo krijg je tenminste de kans om deze in hun taal te informeren. Hoe misantropisch Waterdrinker zich dus ook opstelt, hij bezit wel degelijk mededogen voor de Bagmans en de Benders onder ons. Als hij zich al eens vergalloppeert, dan is het meer door gebrek aan maat qua materiaal. Zo zit er in Duitse bruiloft een intrige rond een salonsocialist met wie Ludo Bagman bevriend is, die hij beter had kunnen bewaren voor een ander project. Dat neemt niet weg dat Duitse bruiloft met zijn feest aan menselijke rariteiten brede lagen literatuurliefhebbers zal kunnen bekoren. Pieter Waterdrinkers Zandvoortse familiehotel mag dan intussen gesloopt zijn, een beter saluut dan dit anarchistische souveniralbum had het zich niet kunnen wensen. KAREL OSSTEYN

Terug