Do ist der Bahnhof Do ist der Bahnhof
Verbazingwekkend dat er nooit een film over werd gemaakt: naoorlogse fricties tussen Duitsers en hun buren. Anno Saul werkt aan de eerste.
COEN VAN ZWOL
Duitse strandtoeristen die zich in Zandvoort in kuilen ingraven en tegen obers om bier snauwen, wrokkige Nederlanders die ze met „Do ist der Bahnhof” de verkeerde kant opsturen. Het is zo’n cliché dat je haast zou vergeten dat het bijna geschiedenis is. Het Duitse strandtoerisme verplaatste zich grotendeels naar Spanje, Turkije, en sinds de val van de Muur naar de weer beschikbare Oostzeekust. Anti-Duitse rancune vervaagde.
Eigenlijk verbazingwekkend dat er nooit een film over werd gemaakt: naoorlogse fricties tussen Duitsers en inwoners van voormalige bezette gebieden van het Derde Rijk. De Duitse regisseur Anno Saul (46) is de eerste met Die Deutsche Hochzeit (De Duitse bruiloft). „Een tragikomedie”, zegt hij. Zijn film speelt zich af in Zandvoort anno 1958. Het massatoerisme moet nog op gang komen, sinds de oorlog zijn er weinig Duitsers aan het strand gesignaleerd. Als het gezin van de Keulse worstmaker Bender in een bordeauxrode Mercedes de badplaats binnenrijdt, volgen catastrofale verwikkelingen.
Zijn focus is Nederland, zegt Saul. „De familie Bender is een katalysator, zij rijten alle wonden open die de bezetting in uw samenleving sloeg. Nederlanders verloren geliefden, werden gedwongen tot morele compromissen of verleid tot collaboratie. En dan komen Duitsers vijftien jaar later met een brede glimlach terug. De oorlog is voorbij, nu moet alles meteen maar oké zijn. Maar alles is niet oké.”
Zelf heeft Anno Saul dat op vakantie herhaaldelijk ervaren. „Zoals elke Duitser, denk ik. Je loopt een buitenlands café binnen en de temperatuur daalt in een seconde tien graden. Daar kun je verkeerd op reageren. Waarom doen die mensen zo naar tegen mij? Heb ik ze soms iets misdaan? Misschien trek je je terug, praat je alleen met je Duitse vrienden, ga je uit gepikeerdheid extra luidruchtig doen. Wel van mijn geld houden zeker, maar niet van mij! Ik hoop daarom dat mijn film leerzaam wordt voor Duitsers.”
Anno Saul spreek ik in zijn favoriete sushibar, Aioki, aan de Oost-Berlijnse Brunnenstrasse. In Nederland draaide in 2006 de multiculti komedie Kebab Connection in de bioscopen, waarin een Turkse jongeman een kungfufilm van de grond tracht te krijgen en in het reine komt met zijn Duitse vriendin en zijn vaderschap. Vorig jaar regisseerde Saul de thriller Der Tür met acteur Mads Mikkelsen in de hoofdrol. Toen hij vorig jaar via producent Daniel Zuta het script van Laurens Geels en Menno Meyjes van in handen kreeg, hapte hij snel toe. „De film gaat over zo’n interessant cultureel misverstand. Het raakt bijna iedere Duitser.”
Die Deutsche Hochzeit handelt over de jonge opportunist Ludo Bagman uit Zandvoort die de rijke Duitse worstmakersdochter Lisa Bender aan de haak slaat. Zijn vader Jacob baat hotel De Nieuwe Lux uit, waar het huwelijksfeest zal plaatsvinden. Zandvoort is al snel in rep en roer. Lisa’s vader Matthias Bender wordt aangezien voor zijn tweelingbroer, de SS’er Otto, die in de oorlog tijdelijk gestationeerd was in Zandvoort.
Als het bedrijfsorkest van Benders worstfabriek, Die Fleischtöne, arriveert om het huwelijksfeest een Duits tintje te geven, ervaart Zandvoort dat als een tweede invasie. De muziekvergunning wordt een politieke kwestie, niemand wil de Duitse blaaspoepen onderdak bieden. Vader Jacob Bagman brengt ze onder in tot vakantiehuisjes vertimmerde resten van de oude Atlantikwall. In een scène ziet een autochtoon door het vizier van zijn jachtgeweer de geüniformeerde Duitsers naar de bunkers marcheren en meent SS-runen op hun kragen te zien: het blijken gebogen worsten. De blaaspoepen zijn van hun kant gebelgd door de vijandige bejegening en blazen tussen de duinen recalcitrant het Deutschlandlied.
Het wordt komedie met een bittere ondertoon, zegt Saul. Al verheugt hij zich zichtbaar op het komisch effect van de blaaspoepen. „Ik visualiseer ze als die marcherende olifanten uit Disney’s tekenfilm Jungle Book: stompzinnig doormarcherend en alles platwalsend. Walt Disney zag die olifanten ook als Duitsers. Er is een scène waarin ze plotseling stoppen en op elkaar botsen. Hun commandant zegt dan niet ‘stop’, maar ‘halt’, op zijn Duits. Die Fleischtöne komen in Zandvoort even dat deuntje blazen dat ze al zeshonderd jaar spelen. Totaal ongevoelig voor de context. Dat staan model voor de houding van veel Duitsers tijdens het Wirtschaftswunder: ze zagen de olifant in de woonkamer gewoon niet.”
Die olifant, dat zijn de oorlogstrauma’s bij de buren. De film is gebaseerd op de in het Duits en Engels vertaalde roman Duitse Bruiloft van Pieter Waterdrinker. Diens ouders waren uitbaters van hotel Zomerlust te Zandvoort, inmiddels gesloopt voor een postmodern casino. Waterdrinker groeide dus op tussen Duitse toeristen uit het Ruhrgebied. „Al kwamen ze in de beginjaren allemaal zogenaamd uit Oostenrijk. Mijn vader, die aan het eind van de oorlog door de Duitsers door zijn benen is geschoten omdat hij illegaal hout kapte, serveerde ze nederig hun Wiedergutmachungsschnitzels.”
Maar zelfs in hotel Zomerlust waren er botsingen. Waterdrinker: „Ik herinner me een 4 mei waarbij een bus Düsseldorfse middenstanders geheel onaangekondigd om half acht ’s avonds voorreed. Grote paniek, over een half uur was het Dodenherdenking! Mijn grootvader legde ze uit wat er aan de hand was en vertelde ze over de twee minuten stilte. Toen het acht uur was en iedereen in het restaurant gewoon bleef doorkletsen, stond mijn opa – een grote vent – op en brulde: ‘Das Maul zu! Und aufstehen!’ Met de pink op de naad van de broek stonden de vijftig gasten bevend van angst die twee minuten uit.”
Het was een ander soort toerisme dan nu: families reserveerden een half jaar van tevoren kamers en kwamen jaar in jaar uit terug. Waterdrinker: „Zo krijg je wel oog voor nuances. Er zaten vervelende types tussen, maar ook mensen die zelf door de oorlog zwaar beschadigd waren.” Elders in Zandvoort lagen de zenuwen van de bezetting tot in de jaren zeventig bloot. De badplaats was volgens Waterdrinker „een schizofrene uitvergroting van Nederland”. Vol wrok tegen de Duitsers, wel afhankelijk van hun toerisme. De bezetting had Zandvoort extra hard geraakt. „Goed en fout waren in het dorp scherper gedefinieerd dan elders. Zandvoort kende na Winterswijk het hoogste aantal NSB’ers van Nederland: die stonden op de duinen te wuiven toen de joden per trein werden afgevoerd. Want Zandvoort kende ook een heel sterke Amsterdams-joodse aanwezigheid. En vanwege de Atlantikwall waren er tijdens de oorlog veel Duitsers gelegerd. De bezetting sloeg het dorp stuk, de scherven bleven prikken. Toen mijn oom in de jaren zeventig met een Duitse vrouw trouwde, gaf dat grote heisa.”
De Duitsers die er vanaf de jaren vijftig op vakantie gingen, hadden geen idee, denkt regisseur Anno Saul: „Alles vergeven en vergeten: alsof wij daarover beslisten. Die Duitse psychologie is best verklaarbaar. In mijn film zie je ook hun lijden, het bombardement van Dresden. Na de oorlog hadden Duitsers het te druk met puin ruimen en fabrieken bouwen om terug te kijken, daarna ontwikkelden wij al die prachtige nieuwe producten, Mercedes en BMW. Dat gaf een nieuw gevoel van eigenwaarde: wij maken de beste machines ter wereld. En de rest van de wereld moest ons voortaan ook maar zo zien. We waren geschokt toen Europa ons bleek te herinneren als bezetters, moordenaars en onderdrukkers.”
Hoe reageren de Duitsers in uw film op hun vijandige ontvangst in Zandvoort?
„Ik wil het complete spectrum aan Duitse reacties tonen. Worstenmaker Matthias Bender maakt de stap naar inzicht, zijn vrouw Kati is te dom en zelfingenomen om zich in anderen te verplaatsen. Zij constateert simpelweg dat de Nederlanders een kil en onvriendelijk volk zijn. Kati voelt zich absoluut niet verantwoordelijk voor de gruwelen van de oorlog. Waarom vallen ze haar daarmee lastig? In essentie gingen Duitsers indertijd op vier manieren met vijandigheid om. De één zag de geschiedenis onder ogen en ging de dialoog aan, de tweede zweeg beschaamd, de derde kon het niets schelen. So what? En de vierde was verontwaardigd: wat valt mij te verwijten?”
U bent zelf van 1963, uw generatie koesterde juist een overdreven schuldgevoel over de oorlog.
„Ik groeide op in West-Duitsland, waar de generatie van 1968 de toon ging bepalen. Gelukkig maar. Daarvoor was Duitsland een patriarchale, benepen samenleving met geheugenverlies. Strak geplamuurde huisjes, Mercedes voor de deur. Heel normatief: dit mag niet, dat moet, knip je haar. De kinderen gingen studeren en beseften dat achter die façade iets lugubers school. Wie gaf je vader het recht te commanderen? Wat deed hij dan wel voor 1945?
„De jaren zestig waren pijnlijk, maar heel goed voor Duitsland. Toen begon een bevrijdende dialoog over de oorlog, over het hoe en waarom. Daardoor veranderde Duitsland in een open, vrijdenkende, welopgevoede samenleving. Daar ben ik trots op. Ik sliep begin jaren tachtig in een Italiaans hotel. In plaats van een bijbel lag er in het nachtkastje een biografie van Mussolini! Verbijsterend. Zoals Italië of Japan met hun verleden omgaan: dan prefereer ik Duitse schaamte.”
Waarover moet een Duitser van uw generatie zich dan schuldig voelen?
„Inzicht in het verleden is voor elke Duitser traumatisch. Hoe kon een natie die de hoogste cultuur voortbracht, muziek, filosofie, literatuur, tot zo’n barbaars niveau vervallen? Waarom moesten juist wij de industrialisatie van massamoord uitvinden? Je vraagt je toch af: is er niet iets mis met ons en dus met mij? Dat maakt je beschaamd en onzeker. Ik ben persoonlijk niet verantwoordelijk, maar wel degelijk collectief. Als uw grootouders in een Duits concentratiekamp zijn vergast en u mij vijandig bejegent, heb ik geen enkel recht mij daarover te beklagen. U bepaalt of de oorlog voorbij is, ik niet.”
Zandvoort anno 1958 is nog lang niet zover. Saul wil zijn film tweetalig maken voor taalgrappen: „Dat een Nederlander zegt: ‘wat heb jij toch een lelijke kop, rotmof.’ En dat schoonvader Jacob Bagman, die steeds probeert alle plooien glad te strijken, dat vertaalt als: ‘Welkom, fijn u hier te hebben.’ Misschien maken we ook scènes in Duits met Nederlands accent.”
Een Rudi Carrell-accent? Saul: „Grappig dat u hem noemt. Weet u hoeveel Rudi Carrell en Linda de Mol hebben gedaan voor het begrip tussen Duitsland en Nederland? Het was ontzettend belangrijk dat die aardige, grappige, intelligente man voor de Duitse televisie ging werken, Carrell was een rolmodel. Culturele fricties werken beide kanten op. Doordat u collectief een hekel had aan Duitsers, voelden wij wrevel tegen Nederland. Rudi Carrell nam het gevoel weg dat alle Nederlanders ons haten. Daarom waren wij zo gek op hem.”
Duitsland anno 2010 is niet langer zo geobsedeerd door schuldgevoel, denkt Saul. Het Wereldkampioenschap voetbal in 2006 was een omslagpunt. „Toen kwam de wereld met zijn vooroordelen naar Duitsland. Dat wij onverbeterlijk nijver, hiërarchisch, humorloos en gedisciplineerd zijn. Ze troffen een open, democratisch en niet overdreven nationalistisch volk aan met zelfs enige humor. Het was een ongekende emotionele omslag voor ons, heel opwindend. Ik steunde voor het eerst zonder sluimerend schuldgevoel ons voetbalteam.”
Het lijkt geen toeval dat het jaar na het WK de eerste Duitse nazikomedie debuteerde: Mein Führer - Die wirklich wahrste Wahrheit über Adolf Hitler. In het kielzog van Der Untergang (2004) volgde een serie oorlogsfilms met Duitsers als daders én slachtoffers, vorig jaar verscheen zelfs een film met een nazi als held: John Rabe. Duitse cineasten filmen hun recente verleden niet langer uitsluitend door een prisma van wroeging en zelfverwijt. Saul: „Dus is de tijd ook rijp voor een film over moeizame naoorlogse gevoelens. Het is een fase waarop we nu pas kunnen terugkijken.”